Ja, we moeten zeker standaardiseren, modulair bouwen en inzetten op conceptwoningen, want hierdoor komen in rap tempo veel nieuwe huizen op de markt. En natuurlijk moet dit ook nog eens op een duurzame wijze gebeuren.

En ja, gezinnen worden steeds kleiner. In het begin van deze eeuw bestond een huishouden in Nederland uit gemiddeld 2,3 personen. Nu is dat 2,1, terwijl het aantal inwoners alsmaar toeneemt. Ook hebben we steeds meer eenpersoonshuishoudens in ons land. Zestig tot zeventig procent van de mensen die in onze woningen instromen, is alleenstaand. Het gevolg: de behoefte blijft groeien en de bestaande woningvoorraad is niet altijd passend bij de vraag. Dus ja, de druk om te bouwen is enorm.

Maar dat betekent niet dat we alleen maar op zoek moeten gaan naar plekken die we vol kunnen bouwen. Het is zaak dat we goed naar de vraag uit de markt luisteren: waar wíllen mensen eigenlijk wonen? Daarnaast bieden woonvormen die anders zijn dan de traditionele bouw ook mogelijkheden.

“We hebben kunnen leren van de jaren ’60 en ’70. Toen werd er volop gebouwd, zonder oog voor leefbaarheid.”

Differentiatie naar locatie

Differentiatie naar locatie is van groot belang. Stel: we kunnen aan de rand van ‘s-Hertogenbosch bouwen. Dan is het aan ons om woningzoekenden te selecteren die landelijk willen wonen en van groen houden. Zij zullen zich daar vanaf het eerste moment thuis voelen. In de omgeving van de binnenstad is het logisch om juist jongeren te benaderen.
We hebben kunnen leren van jaren ’60 en ’70. Destijds was de woningnood eveneens ongekend hoog, waarna er veel standaard flats uit de grond werden gestampt. Met alle gevolgen van dien voor de leefbaarheid in sommige buurten. Mensen trokken weg: op zoek naar een woning die wél paste. De nood bleef bestaan en veel van de flats werden later gesloopt. Het probleem werd toen vooruitgeschoven. Die fout moeten we nu niet maken.

Zorg voor eigenaarschap

Om het écht in één keer goed te doen, is het belangrijk dat we mensen ook eigenaarschap geven. Hoe? Een voorbeeld. We werken momenteel aan een project van twintig sociale huurwoningen, samen met de toekomstige bewoners. Er ligt een duurzaam ontwerp: hún ontwerp. De deelnemers staken vanuit de samenleving de hand op, wij gaven als woningcorporatie een antwoord op het initiatief. Hierdoor zijn ze zeer betrokken bij de bouw. En als het opgeleverd is, zullen ze dat ook zijn bij de omgeving. Ze komen immers precies op de juiste plek te wonen.

Flexwoningen

Natuurlijk blijft de urgentie om snel te bouwen ons in de nek hijgen. Dus moeten we meerdere wegen tegelijk bewandelen om de woningvoorraad te vergroten. Het bouwen van flexwoningen is er één van: deze staan in negen maanden en zijn demontabel. Samen met BrabantWonen hebben we er de afgelopen jaren vierhonderd gebouwd. En er staan er nog eens honderden op de agenda. Overigens geldt ook hierbij dat eigenaarschap belangrijk is. Met het project Minitopia in ’s-Hertogenbosch, waar mensen zelf hun tiny house voor de komende vijf jaar hebben gebouwd, hebben we dat laten zien. De betrokkenheid is hier enorm groot.

“De opgave is veel groter dan
dat één partij kan oplossen”

Elkaar versterken

Dus ja, we moeten zoveel mogelijk bouwen. En inderdaad, daarvoor zijn standaardiseren, modulair bouwen en inzetten op conceptwoningen cruciaal. Maar ondertussen moeten we ook goed naar de marktvraag luisteren, zodat het probleem metéén goed wordt aangepakt. Ook is het van belang dat de betrokken partijen – gemeentes, woningcorporaties, ontwikkelaars en bouwers – elkaar versterken met kennis en expertise, want de opgave is veel groter dan één partij kan oplossen.

Meer weten over het project Minitopia? Kijk op de speciale website.