Studentenhuisvesting is een relatief jonge vastgoeddiscipline, die de laatste decennia ontzettend is gegroeid. Ter vergelijking: in de jaren ’50 – toen we voor het eerst op grotere schaal gingen studeren – waren er zo’n 50.000 studenten. Inmiddels zijn dat er 700.000. En waar op kamers gaan vroeger nog iets van de ‘elite’ was, is dit tegenwoordig in principe voor iedereen weggelegd. Sinds pakweg 1980 leidde dat tot een enorm tekort aan studentenwoningen, met een piek rond 2009.

 

Sindsdien rapporteert de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting in sommige steden een lichte afname van dat tekort. Zo is de markt nu ontspannen in Enschede, en in evenwicht in steden als Groningen en Arnhem. Naast demografische ontwikkelingen is één van de redenen hiervoor dat grote vastgoedbeleggers in deze markt zijn gestapt. Een goede ontwikkeling, als u het mij vraagt.

 

Maar bekijken we de cijfers landelijk, dan is er nog altijd een enorm tekort aan betaalbare huisvesting voor onze studenten. In steden als Utrecht, Nijmegen en Den Bosch is de marktsituatie ronduit gespannen. Dat moet anders. En dat kan ook anders, als we deze inmiddels belangrijke discipline sectorbreed serieus gaan nemen.

 

“Ik denk primair aan

locatie-eigenaars en gemeenten”

 

Gemeenten: reserveer locaties

Laat ik helder zijn: een bepaalde spanning op de markt is prima. We moeten immers niet voor leegstand gaan bouwen. Maar nu lopen we voortdurend achter de feiten aan. De belangrijkste oplossing: stedelijke locaties reserveren voor studentenhuisvesting. Oók als dat niet voor de meest interessante vierkantemeterprijs is. Ontspanning op het gebied van studentenhuisvesting zorgt immers voor aangenamer woonklimaat in de hele stad.

 

Daarbij denk ik primair aan locatie-eigenaren en gemeenten. Zij mogen wat mij betreft meer verantwoordelijkheid nemen door locaties voor studentenhuisvesting te bestemmen en/of te verkopen aan partijen die bewust voor studentenhuisvesting kiezen. (Dat laatste hoeven zeker niet altijd studentenhuisvesters te zijn, maar kunnen ook prima vastgoedbeleggers zijn waarvoor de studentenhuisvesters het vastgoed beheren en exploiteren.) Zeker in tijden van laagconjunctuur – als relatief veel studenten langer blijven studeren – doen locatie-eigenaren er verstandig aan om te anticiperen op hoogconjunctuur en ruimte te bieden aan de komst van nieuwe studentenhuisvesting.

 

“Integraal denken en bouwen

voor de middellange en lange termijn”

 

Vastgoedsector: wees innovatief

Maar ook de vastgoedsector kan een grotere rol pakken. Met innovatieve oplossingen betaalbaarder en duurzamer bouwen: daar gaat het om. En het kan, want dat laten (sommige) bouw- en installatiebedrijven steeds vaker zien in de reguliere woningbouw. En juist studentenhuisvesting vraagt om slimmere oplossingen: op het gebied van materiaalgebruik en bouwprocessen bijvoorbeeld, maar ook met het oog op duurzaamheid, meerjarenonderhoud en total cost of ownership. Integraal denken en bouwen voor de middellange en lange termijn dus.

De Tilde Nijmegen studentencomplex De Tilde, studentencomplex Nijmegen 


Politiek: creëer de randvoorwaarden

Tot slot roep ik Den Haag op om de juiste voorwaarden te creëren. Het Actieplan Studentenhuisvesting is een goed initiatief, maar kamers realiseren met gedeelde voorzieningen (onzelfstandige eenheden) is voor ons relatief duurder dan het bouwen van studio’s (zelfstandige eenheden). Stem regelgeving af op de daadwerkelijk woonbehoefte in de markt. En die behoefte onder studenten is groot.

 

Samen bouwen

Begrijp me goed: dit is een verantwoordelijkheid die we sectorbreed op moeten pakken. Maar als Den Haag de voorwaarden creëert, gemeenten locaties beschikbaar stellen, vastgoedbeleggers vaker voor studentenhuisvesting kiezen, en bouw- en installatiebedrijven integraler gaan denken… dan vinden ze in de SSH’s van Nederland een partij die alle kennis in huis heeft om dit probleem samen met hen het hoofd te bieden. Zodat er over enkele jaren een journalist is die begin september constateert: ‘Goede studentenhuisvesting leidt tot aangenaam woonklimaat in hele stad’.

 

De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2020 werd op 5 november gepresenteerd tijdens een webinar van Kences (Kenniscentrum Studentenhuisvesting). Wilt u de webinar alsnog bekijken of de monitor downloaden? Dit kan op de website van Kences.